| Column juni: Reglementen en redelijkheid |  |
Het komt in de hoogste regionen voor dat abusievelijk een niet-speelgerechtigde speler wordt opgesteld, met alle gevolgen van dien. Zo werd in 2007 PSV nog uit de KNVB-Beker gezet omdat verdediger Manuel da Costa nog een schorsing had openstaan van het vorige seizoen. Nu was dit een geval waarin de regels duidelijk waren en er dus niets tegen het besluit van de KNVB kon worden ingebracht – ergens in Eindhoven had een lampje moeten gaan branden. Maar zo simpel ligt het niet altijd, soms zijn de regels niet duidelijk en moeten die worden aangevuld of zelfs beperkt door de redelijkheid en billijkheid – zoals in de volgende zaak.
Het tweede team van de FC Marlène (een afkorting voor ‘Met Als Resultaat Leden En Nieuw Elan’), actief in de futsalcompetitie, had een speler opgesteld die eerder bij 15 wedstrijden van het eerste team speelde althans op het wedstrijdformulier stond. Nu was de regel hierover duidelijk op zich, na 15 of meer wedstrijden voor het eerste team mocht hij niet meer voor een lager team uitkomen. Echter, één van die wedstrijden was tegen een team dat inmiddels uit de competitie was genomen omdat het twee maal niet was komen opdagen bij een wedstrijd (ook daar waren de regels duidelijk over…).
Saillant detail was dat de trainer van Marlène 2 voorafgaand aan de gewraakte wedstrijd het standpunt van de KNVB had gevraagd, per mail. Hierop volgde een telefoongesprek tussen de partijen, waarvan de inhoud echter door beiden verschillend werd weergegeven in de procedure.
De KNVB besloot hoe dan ook Marlène 2 uit de competitie te nemen, zonder dus te laten meewegen dat 1 wedstrijd van de 15 tegen een ‘geschrapt’ team plaatsvond. FC Marlène spande hierop een kort geding aan tegen de KNVB om het tweede team alsnog toe te laten tot het bekertoernooi (waarin het overigens de finale zou spelen tegen het eerste team van Marlène!). Vraag was in essentie of de KNVB op grond van de reglementen in redelijkheid tot haar besluit kon komen.
De rechter stelde vast dat niet helder was wat de precieze gevolgen waren van het uit de competitie nemen van een team voor dit geval. Echter, het was wel bepaald dat tegen het teruggetrokken team gespeelde wedstrijden als niet gespeeld moeten worden beschouwd. Aan de andere kant bleven gele en rode kaarten tegen het teruggetrokken team wél gehandhaafd. De KNVB kon niet duidelijk maken wat het beleid in een dergelijk geval was: er werd wel een besluit hierover in het geding gebracht, maar dat was pas van nadat de wedstrijd was gespeeld.
Bij gebrek aan (duidelijk) beleid, vond de rechter het aannemelijk dat de statuten zo moesten worden uitgelegd dat voor de grens van 15 de wedstrijd tegen een teruggetrokken team niet meetelt. Hij vond daarom dat de KNVB niet in redelijkheid tot het besluit kon komen en veroordeelde hem Marlène 2 alsnog toe te laten tot de bekerfinale.
En zo kon bij FC Marlène bij voorbaat de champagne koud worden gezet voor het onderonsje van de twee teams.
Mr. G.F. Priester
De Raadgevers bedrijfsjuristen
Terug |