| Bewegingsstimulering |  |
Bewegen bevorderd de gezondheid. Maar wanneer beweegt iemand nu voldoende om ook daadwerkelijk zijn gezondheid te behouden of te verbeteren?
Dit is vastgelegd in beweegnormen. Wanneer men deze norm haalt, haalt men dus ook daadwerkelijke gezondheidswinst uit bewegen.
Effecten van te weinig bewegen
Te weinig bewegen heeft in het algemeen een negatieve invloed op het lichaamsgewicht, het vetpercentage, de cholesterolratio, de glucosetolerantie, de insulinegevoeligheid, de botdichtheid, de bloeddruk, de fysieke belastbaarheid en het functioneren van gewrichten. Deze risicofactoren bevorderen het ontstaan van hart- en vaatziekten, cerebrovasculaire aandoeningen, bepaalde vormen van kanker, angst en depressie, diabetes mellitus type II en osteoporose. Lichamelijke inactiviteit is bovendien een van de belangrijkste onafhankelijke determinanten van vroegtijdig overlijden.
Beweegnormen
De meest bekende norm is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Een groot aantal mensen is wel op de hoogte van de norm, maar haalt deze niet. Daarbij overschatten mensen zich vaak als het om bewegen gaat. Om de NNGB te halen moet men gedurende vijf dagen per week minimaal 30 minuten matig intensief bewegen. Uit de Drentse Sportmonitor 2008 blijkt dat 41% van de Drenten tussen de 18 en 79 jaar voldoende beweegt. Landelijk voldoet 2006 63% van de Nederlandse bevolking aan de NNGB. Drenten met overgewicht en obesitas halen minder vaak de NNGB dan gemiddeld.
Daarnaast is de Fitnorm een indicatie voor hoe vaak men intensief actief is. De Fitnorm luidt: drie dagen in de week minimaal 20 minuten bewegen. Het blijkt dat 37% van de Drenten deze Fitnorm haalt. Landelijk voldoet 19% aan de Fitnorm.
Drenten met een chronische aandoening en/of lichamelijke beperking halen minder vaak deze norm dan gemiddeld.
Tot slot wordt inactiviteit als norm meegenomen. Dit betekend dat men geen enkele dag in de week minimaal 30 minuten matig intensief beweegt. Het blijkt dat 3% van de Drentse bevolking inactief is, landelijk is 5% inactief. Drenten die vaker inactief zijn Drenten met een lage SES, Drenten met een chronische beperking en Drenten met obesitas.
(Bron: Drentse Sportmonitor 2008)
|